ODD/CD

ODD / CD (oppositional defiant disorder / conduct disorder)
> Oppositioneel, opstandig, brutaal, grensoverschrijdend en/ of  agressief gedrag

Inleiding:
ODD is een oppositionele opstandige gedragsstoornis, waarbij kinderen moeilijk zijn in de opvoeding, lastig te corrigeren zijn, brutaal gedrag vertonen en niet luisteren. Bij ODD is geen sprake gewelddadig gedrag, wel bij CD. ODD is de milde vorm van CD. ODD gaat vaak samen met ADHD en komt bij 5 – 10 % van alle kinderen voor. ODD komt meer voor bij jongens en in stedelijk gebieden, dan bij meisjes en op het platteland. Vaak hebben kinderen met ODD een lager dan gemiddeld IQ, waardoor de schoolprestaties door twee problemen minder worden. Vanuit de lagere intelligentie hebben de kinderen sowieso al moeite met het schoolwerk, de prestaties nemen nog meer af, doordat deze kinderen zich verzetten tegen gezag, in de schoolse situatie komt dit neer op afzetten tegen de leerkracht.

Moeite met sociale contacten:
Sociale contacten kenmerken zich bij ODD door conflicten, driftig worden, zich niet willen voegen naar wat volwassene zeggen of willen, andere opzettelijk ergeren, prikkelbaar zijn, agressie, grensoverschrijdend gedrag, tegenspreken, vechten, schelden, ruzie maken of hatelijk zijn. Het gedrag dat past bij CD is pesten, bedreigen, intimideren, mishandelen, tot seksueel contact dwingen, verplichtingen uit de weg gaan, brand stichten en spijbelen. ODD komt voornamelijk voor bij jongen kinderen, CD vooral bij jongeren. De mate van deze gedragingen hangt sterk af van de ernst van dit gedragsprobleem. Bij CD zijn alle gedragingen heftiger dan bij ODD. Wat verder opvalt is dat de kinderen een grote behoefte hebben om zich af te zetten. Vandaar dat het opstandige gedrag zich meer uit richting volwassenen als hun ouders of leerkrachten, dan tegen leeftijdsgenoten.

Omgang met sociale situaties:
Binnen de verwerking van de sociale informatie valt op, dat deze groep kinderen dat atypisch doen, ze evalueren de sociale situaties anders dan gemiddeld. De evaluaties zijn meestal negatief, intenties zijn vaak verkeerd en reageren middels agressie, boosheid, schelden of vechten wordt als logisch beschouwd. Stel voor, dat er een voetbal tegen iemand wordt geschopt. Je kunt dan op een aantal manieren reageren. Positief, het gebeurde niet expres, laat ik hem even terugschoppen. Deze reactie zal door de meeste kinderen met een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling worden gekozen. Deze kinderen evalueren deze actie meteen als negatief, de bal is sowieso expres tegen me opgeschopt, degene die dat deed zoekt ruzie en dus is het logisch als ik ga schelden of vechten. Deze laatste manier van reageren is typerend voor kinderen met ODD. Kinderen met ODD en CD hebben moeite om zich te verplaatsen in het perspectief van een ander; het empatisch vermogen (inlevingsvermogen) is verminderd.

Omgang met emoties:
Kinderen met ODD ervaren meer boosheid dan kinderen zonder ODD. Na boosheid of agressie voelen ze zich ook minder schuldig, hebben minder verdriet dan gemiddeld en voelen minder schaamte. Deze reactie kan veel irritatie bij de andere partij oproepen “hij heeft er niet eens spijt van!”. Een ander probleem is, dat kinderen met ODD of CD hun boosheid ook minder snel voelen opkomen. Kinderen met gemiddelde emoties voelen dat ze boos worden en kunnen dan ingrijpen, door zich minder druk te maken, het meteen uit te praten of weg te lopen. Kinderen met ODD en CD voelen dit niet of minder snel opkomen en weten vaak niet hoe ze het goed moeten oplossen. Ze vervallen dan in hun oude patroon van schelden, slaan of vechten.

Wanneer is opstandig gedrag een stoornis:
Natuurlijk zijn alle kinderen wel eens opstandig of tegendraads en luistert men niet, dit gedrag neemt toe in de puberteit. Deze ontwikkeling is gemiddeld en hoort bij het opgroeien van het kind. Wanneer de negatieve gedragingen vaker en sterker voorkomen dan gemiddeld en ook heviger zijn, dan je mag verwachting dan kan er sprake zijn van ODD of CD. Daarbij moet het niet worden veroorzaakt door de omstandigheden en moet het gedurende een langere tijd aanwezig zijn. Als een kind van 10 na de scheiding van zijn ouders, de eerste paar maanden tegendraads is en minder luistert, is er geen sprake van ODD. Het is immers te wijten aan de situatie en is niet langdurig aanwezig. Als een andere jongen tegen iedere leerkracht zeer brutaal is, op straat ruzie maakt, niet luistert naar zijn ouders en dit al langere tijd aan de gang is, er is wel sprake van ODD. Het hangt immers niet af van de situatie, het kind doet het overal. Het gedrag is niet acceptabel en voor langere tijd aanwezig.

Wat te doen bij ODD/ CD:
Bovenstaande criteria zijn natuurlijk lastig te interpreteren en de grens is lastig te trekken, wanneer storend gedrag een probleem wordt of een stoornis is. Vandaar dat bij twijfel het altijd verstandig is, om onderzoek te laten doen door een orthopedagoog. Deze gedragswetenschapper kan uitsluitsel geven of er wel of geen sprake is van ODD, dan wel CD. Hulp kan bestaan uit training, begeleiding of medicatie. Medicatie kan ingezet worden als ODD of CD samenvalt met ADHD. Het is van belang dat de problematiek zo vroeg mogelijk wordt herkend, zodat er zo vroeg mogelijk hulp geboden kan worden. Hoe later de hulp, hoe meer de negatieve gedragingen zich al eigen zijn gemaakt en des te moeilijker dit gedrag af te leren is. Daarnaast is gebleken dat hoe langer men wacht met het stellen van de diagnose en het geven hulp of begeleiding, hoe groter de kans wordt op leerproblemen, spijbelen, stemmingsproblemen, depressiviteit, middelenmisbruik en/ of verslaving.