ADD/ADHD

ADHD / ADD (attention deficit hyperactivity disorder / attention deficit disorder)
> Aandachtstekort / hyperactiviteit / impulsiviteit

Inleiding:
ADHD is de benaming voor kinderen die druk gedrag vertonen, zich moeilijk kunnen concentreren en impulsief kunnen reageren. ADHD is de meest voorkomende ontwikkelingsstoornis bij kinderen en komt gemiddeld bij zo’n 5 procent van alle kinderen voor; dit komt neer op 1 van de 20. ADHD komt 5 keer zoveel bij jongens voor, dan bij meisjes.  De gedragsstoornis omvat drie typerende gedragsaspecten: aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit.

Aandachtstekort:
Kinderen met aandachtstekort hebben moeite om hun aandacht bij taken, spel of sociale interacties te houden. Op school kunnen ze zich moeilijk concentreren, vertonen chaotisch gedrag en kunnen moeite hebben om complexe taken met meerdere bewerkingen op te lossen. Ze hebben weinig oog voor details en vandaar dat schoolwerk er meestal slordig uitziet. Ook maken ze veel onnodige fouten in hun schoolwerk. Ze weten de antwoorden wel, maar werken slordig. Bij zelfstandig werken hebben ze moeite met plannen, maken taken niet af, werken door elkaar heen en reageren sneller op prikkels. Het chaotisch gedrag vertaalt zich ook naar moeite met structureren. Op een bureau ligt het bezaaid met spullen, de kinderen ruimen met moeite hun kamer op, gaan slordig om met hun spullen en raken veel kwijt. Bij sociale interacties komen kinderen met ADHD vaak dromerig over, ze horen niet wat er gezegd wordt. Dit komt ongeïnteresseerd over, terwijl het niet zo bedoeld wordt.

Hyperactiviteit:
Hyperactiviteit verwijst naar motorische onrust, oftewel niet stil kunnen zitten, met handen wriemelen of met de voeten bewegen. Het kind heeft een bovengemiddelde drang te bewegen, wil vaak van zijn plek en loopt vaak zonder reden heen en weer. Kinderen met ADHD vinden het erg lastig zichzelf te vermaken en praten vaak heel hard en druk. De kinderen hebben zelf niet door, dat ze veel lawaai kunnen maken. Hyperactiviteit valt het meeste op, in situaties waar er van het kind verwacht wordt rustig te zijn, dit is allereerst op school, maar ook bijvoorbeeld in een wachtkamer of supermarkt.

Impulsiviteit:
Impulsiviteit is het zonder goed na te denken, meteen op iets reageren. Kinderen met ADHD zijn ongeduldig en kunnen moeilijk op hun beurt wachten. Ze praten door iemand heen, of gooien halverwege een vraag, het antwoord er al uit. Ook kunnen ze mensen onderbreken, hebben moeite om rustig naar uitleg of instructies te luisteren en vertonen clownesk gedrag. Tot slot ondernemen ze vaker fysiek gevaarlijke activiteiten of raken ze verzeild in gevaarlijke situaties. Deze activiteiten of situaties worden zonder nadenken ondernomen.

Soorten ADHD:
Natuurlijk is niet ieder kind met ADHD gelijk; het ene kind kan meer last hebben van zijn aandachtstekort, terwijl bij een ander kind de nadruk ligt op hyperactiviteit. De diagnose ADHD kan dan ook op drie manieren worden gegeven, de zogenaamde types.

Allereerst is er het gecombineerde type, er is dan in ongeveer dezelfde mate sprake van aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit (klassiek ADHD). Bij het tweede type ligt de nadruk op het aandachtstekort, van hyperactiviteit of impulsiviteit is veel minder sprake, dit wordt ook wel ADD genoemd, ADHD zonder de H van hyperactiviteit. Het laatste type is de tegenhanger van ADD, in dit type valt het aandachtstekort mee, maar heeft men vooral last van hyperactiviteit en impulsiviteit. Het laatste type hangt vaak samen met agressief of brutaal gedrag. Als dit agressief of brutaal gedrag vaak over de grens heen gaat, kan er sprake zijn van ODD of CD.

Samenvattend:
ADHD is een ontwikkelingsstoornis die voorkomt bij 5% van de kinderen, vaker bij jongens en zich typeert door: aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit. Ligt de nadruk op het aandachtstekort is er sprake van ADD, ligt de nadruk op de hyperactiviteit en impulsiviteit gaat het vaak samen met ODD of CD.

ADHD kan gediagnosticeerd worden door een orthopedagoog-generalist. De behandeling wordt afgestemd om de specifieke aspecten van het gedrag en kan variëren van medicatie tot cognitieve gedragstraining en van ouderbegeleiding tot een sociale vaardigheidstraining. Welke stappen er het beste gezet kunnen worden hangt af van het (psychodiagnostische) onderzoek. Medicatie dient altijd in overleg met een arts te worden toegepast. Middels de huisarts is er een verwijsbrief te verkrijgen voor onderzoek naar ADHD. Dit onderzoek wordt grotendeels vergoed door uw zorgverzekering. De vergoeding neemt toe, als u aanvullend bent verzekerd.